De wilde achtervolging

Voor de Nederlandse vestigingen van een internationaal opererend autoverhuurbedrijf heb ik de algemene voorwaarden ontworpen die zij hanteren bij de verhuur van hun auto's. Dat bleek ondermeer zinvol tegen huurders die de auto inleverden met schade. Als huurders weigerden die schade te vergoeden, voerde ik voor dit autoverhuurbedrijf de juridische procedures. Alle procedures hierover heb ik gewonnen, mede dankzij de zorgvuldig opgestelde algemene voorwaarden.

Een van die procedure was tegen een uitzendbureau dat was gespecialiseerd in detachering van Poolse medewerkers in Nederland. Dit uitzendbureau had via mijn cliënte voor haar Poolse medewerkers een auto gehuurd. Die medewerkers veroorzaakten aan die auto ernstige schade. Die schade was het gevolg van overmatig alcoholgebruik. Na een wilde achtervolging door de politie lieten deze medewerkers de auto zwaar beschadigd achter in een sloot.

Het uitzendbureau weigerde de schade aan de auto van bijna € 25.000,- te vergoeden omdat zij van mening was hieraan geen schuld te hebben. In de algemene voorwaarden was echter duidelijk vermeld dat de huurder altijd zelf aansprakelijk blijft voor welke schade ook, ook als zij de gehuurde auto door een ander laat besturen. Bovendien volgt uit de wet dat de huurder het gehuurde in de oorspronkelijke staat dient in te leveren. De Rechtbank gaf ons dan ook volledig gelijk. Het uitzendbureau diende de volledige schade aan mijn cliënte te betalen, verhoogd met de proceskosten. Omdat het uitzendbureau ondanks het vonnis betaling bleef weigeren was het noodzakelijk executoriaal beslag te leggen op haar bezittingen en bankrekening alvorens zij volledig overstag ging.

In een andere zaak vorderde ik voor dit bedrijf de schade die een ex-medewerker had veroorzaakt aan een auto die hij nog tijdens zijn dienstverband had meegekregen. De ex-medewerker verweerde zich met ondermeer het argument dat hij op grond van de wet alleen de schade hoeft te betalen die met opzet is veroorzaakt. Wij voerden aan dat dit op zichzelf juist is indien de schade tijdens het uitoefenen van de werkzaamheden wordt veroorzaakt. In dit geval was de schade buiten werktijd veroorzaakt. Bovendien was wel sprake van opzet omdat de medewerker zoals door mij aangetoond strafrechtelijk was veroordeeld voor rijden onder invloed, hetgeen gelijk staat aan opzet. De rechter stelde mijn cliënte volledig in het gelijk. De uitspraak is gepubliceerd in een vaktijdschrift. Zie JAR 2005/7.

Afnemer alsnog tot betaling gedwongen

Een van mijn cliënten is een farmaceutisch bedrijf dat ondermeer knoflooksupplementen fabriceert. Nadat mijn cliënte aan een van haar afnemers een levering had gedaan, stelde de Voedsel- en Waren Autoriteit aan de hand van nieuwe meettechnieken vast dat deze levering een te hoge verontreinigingswaarde bevatte. Overigens werd op dat moment binnen de Europese Unie de discussie gevoerd of de vastgestelde grenswaarde niet hoger moest zijn. Hoe dan ook verlangde de afnemer een nieuwe levering, waaraan mijn cliënte gehoor gaf.

Vervolgens weigerde de afnemer beide afleveringen aan mijn cliënte te betalen. Zij stelde dat aan de eerste levering ernstige gebreken zouden kleven. De tweede levering weigerde de afnemer aan mijn cliënte te betalen omdat de afnemer van mening was hoge kosten te hebben moeten maken voor de recall van de capsules. Zij meende die kosten te mogen verrekenen met de waarde van de tweede levering. Hiermee was mijn cliënte het oneens.

Derhalve resteerde mijn cliënte geen andere mogelijkheid dan de afnemer te dagvaarden. Wij wezen in die procedure erop dat de afnemer op geen enkele manier bewijs had geleverd van het feit dat hij kosten zou hebben gemaakt. Verder betwistten wij aansprakelijk te zijn voor de gebreken aan het product aangezien de normen pas na levering waren aangescherpt. De Rechtbank oordeelde uiteindelijk dat de afnemer aan mijn cliënte de overeengekomen koopprijs van de eerste levering alsnog dient te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente en de door mijn cliënte gemaakte proceskosten. De Rechtbank weigerde om mijn cliënte op voorhand te veroordelen tot betaling van de door de afnemer gestelde schade omdat de afnemer van die schade onvoldoende bewijs had geleverd.

De teruggefloten aannemer

Een van mijn cliënten had een aannemer ingeschakeld voor de verbouwing van zijn woonhuis. De aannemer zou een dakkapel plaatsen. Daarvoor had hij aan mijn cliënt een voorschot in rekening gebracht van bijna € 20.000,-. Nadat mijn cliënt het voorschot had betaald, bleef het van de zijde van de aannemer oorverdovend stil. Herhaaldelijke aanmaning leidde niet tot enige reactie. De aannemer bleek een oplichter.

Mijn cliënt resteerde geen andere mogelijkheid dan het betaalde voorschot van de aannemer terug te vorderen. Hij schakelde mij in. Voordat ik overging tot het dagvaarden van de aannemer heb ik een verhaalsonderzoek laten uitvoeren. Daaruit kwam naar voren dat de aannemer een eigen woning in eigendom had. Hierop lieten we met toestemming van de Rechtbank conservatoir beslag leggen.

Het verweer dat de aannemer voerde sneed geen enkele hout. De Rechtbank was er niet van onder de indruk en wees de vorderingen van mijn cliënt tot terugbetaling van het voorschot met rente en de proceskosten volledig toe. De aannemer weigerde vervolgens echter tot vrijwillige betaling over te gaan. Via de door ons ingeschakelde deurwaarder liet hij het aankomen op de executoriale verkoop ervan. Toen koos de aannemer eieren voor zijn geld. Hij wist zelf een gegadigde te vinden die zijn woning wilde kopen. Wij gingen uiteraard alleen akkoord met de verkoop onder de voorwaarde dat van de verkoopopbrengst de aan mijn cliënt toegewezen vorderingen via de notaris aan ons zou worden uitbetaald. Uiteindelijk kreeg mijn cliënt al zijn geld met rente terug.

Betaalde website voor handelaar in antieke meubelen

Een communicatiebureau in de omgeving van Eindhoven heeft voor aan handelaar in antieke meubelen een ingewikkelde website gebouwd. Omdat de handelaar weigert mee te werken aan de verstrekking van enkele gegevens kan de website niet worden opgeleverd. Het communicatiebureau besluit aan de handelaar op basis van de vastgelegde orderafspraken de factuur voor de gehele aanneemsom te versturen. Ondanks herhaalde aanmaningen, weigert deze afnemer het communicatiebureau te betalen voor de geleverde werkzaamheden. Omdat al deze pogingen vruchteloos zijn en de handelaar niet meer reageert, besluit het communicatiebureau mij als haar incasso-advocaat in te schakelen.

In overleg met mijn cliënt ga ik over tot dagvaarding van de handelaar. De handelaar voert verweer. Hij stelt dat de website niet is opgeleverd omdat daarin enkele faciliteiten ontbreken, zoals een betaalfaciliteit. Namens mijn cliënt repliceer ik dat het ontbreken ervan geheel aan de handelaar zelf is te verwijten (schuldeisersverzuim) omdat hij elke verdere medewerking weigert, zoals het leggen van het noodzakelijke contact met zijn bank. Mijn cliënt kan met andere woorden niet verweten worden dat hij de website niet kan afronden en opleveren.

De Rechtbank stelt de handelaar een en ander te bewijzen, maar hij faalt hierin. Wij krijgen bij de Rechtbank vervolgens volledig gelijk. De handelaar dient de volledige aanneemsom van de website ter waarde van enkele tienduizenden euro's alsnog aan mijn cliënt te betalen.

Tijdens de procedure beroept de handelaar zich erop dat wij ten onrechte de rechtspersoon waarvan hij eigenaar is zouden hebben gedagvaard. Er zou volgens de handelaar sprake zijn van een doeloverschrijding van de statuten, zodat de rechtspersoon niet bevoegd zou zijn geweest tot het aangaan van deze overeenkomst. De Rechtbank verwerpt dit verweer. Met ons oordeelt de Rechtbank dat statutaire doelomschrijvingen ruim dienen te worden geïnterpreteerd, dat het opdracht geven tot het bouwen van een website wel past binnen de bedrijfsvoering van de handelaar en dat de handelaar geen belang had bij het inroepen van de doeloverschrijding.

Desalniettemin stelde dit domme verweer van de handelaar ons in staat niet alleen onder de inmiddels lege rechtspersoon van de handelaar conservatoir beslag te leggen, maar tevens onder zijn persoonlijk bezittingen, waaronder zijn woonhuis en bedrijfspand. Nadat de Rechtbank onze vorderingen had toegewezen, konden we dankzij deze beslagen dreigen met openbare verkoop. Uiteindelijk ging de afnemer overstag en ging hij alsnog over tot volledige betaling, zowel van de toegewezen aanneemsom met wettelijke rente als van alle proceskosten, waaronder de kosten van de beslagleggingen.

Het zorgvuldige architectenbureau

Een architectenbureau heeft in opdracht van de gemeente Eindhoven een omvangrijke wijkvernieuwing projectmatig begeleid. Na afronding van het project plaatsen enkele bewoners vraagtekens bij de wijze waarop dit architectenbureau bij de prijsvorming betrokken is geweest. Zij stellen dat het architectenbureau akkoord zou zijn gegaan met een te hoge prijs bij een verkeerde aannemer en dat ten onrechte verzuimd zou zijn met hen kortingen te bedingen en af te rekenen. Zij dagvaarden het architectenbureau, waarna dit bureau zich tot mij wendt om voor haar de verdediging te voeren.

Bij nauwkeurige bestudering van de dagvaarding constateren we dat de desbetreffende bewoners talloze slordige onzorgvuldigheden in hun gepresenteerde feiten vermelden. Daarnaast stellen wij vast dat hun vorderingen niet deugdelijk op juridische wijze worden onderbouwd. Ondermeer stellen zij dat mijn cliënte zou zijn tekort geschoten in de overeengekomen verplichtingen, maar zien daarbij over het hoofd dat er tussen mijn cliënte en de desbetreffende bewoners nimmer een contractuele relatie heeft bestaan. Ook blijkt dat de desbetreffende bewoners door eigen toedoen mogelijke kortingen op de aanneemsom zijn misgelopen.

De Rechtbank wijst uiteindelijk alle vorderingen tegen mijn cliënte af. De rechtbank is het met ons eens dat de desbetreffende bewoners allerlei feiten door elkaar halen en met elkaar verwarren. Zij schetsen een onjuist en misplaatst beeld. De berekening van hun vorderingen is onjuist en vooral henzelf valt een en ander te verwijten. Onder andere verzuimden zij te vertellen dat de projecten door hun eigen toedoen vertragingen hadden opgelopen waardoor zij terecht kortingen waarvan zij op de hoogte bleken te zijn, waren misgelopen.

De onredelijke reder

Mijn cliënt werkte voor een reder als kapitein op een binnenvaartschip. Nadat hij enkele jaren later als gevolg van een arbeidsongeval arbeidsongeschikt is geraakt, ontdekt hij dat het salaris niet overeenkomstig de cao wordt uitbetaald. Hij spreekt zijn werkgever hierop aan, maar deze betwist hem als kapitein te hebben aangenomen. Wel zou hij als "schipper" zijn aangenomen. Mijn cliënt is woedend en schakelt mij in als zijn advocaat.

Omdat ook mijn brieven niet in vruchtbare aarde vallen, dagvaard ik de reder voor de Kantonrechter en vorder het achterstallige salaris overeenkomstig de functie-indeling van mijn cliënt als kapitein. De totale opgelopen vordering beloopt enkele tienduizenden euro's. De Kantonrechter gelast een getuigenverhoor. Hieruit komt naar voren dat meerdere getuigen de reder hebben horen zeggen dat hij mijn cliënt als kapitein aannam. Op grond van deze getuigenverklaringen wijst de Kantonrechter de vorderingen van mijn cliënt geheel toe. Tevens veroordeelt hij op onze vordering de reder tot betaling van de wettelijke verhoging van 20 procent over het achterstallige bedrag, de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten.

Vlak voordat getuigenverhoor plaatsvindt, vliegt één van de schepen van de reder in de brand. Omdat de verhouding tussen partijen in toenemende mate gebrouilleerd was geraakt en de reder op alle mogelijke manieren te kennen gaf niet van plan te zijn vrijwillig tot betaling van de vorderingen over te gaan, heb ik met toestemming van de rechtbank conservatoir beslag laten leggen op de nog uit te keren verzekeringsgelden en op de overige schepen die bij de reder in eigendom waren. Dat bleek buitengewoon gelukkig en succesvol. De reder zag zich genoodzaakt een bankgarantie af te laten geven. Dankzij die bankgarantie kon ik voor mijn cliënt alle bedragen incasseren waartoe de reder jegens mijn cliënt was veroordeeld.

Bank werkt uiteindelijk mee aan schuldsanering

Mijn cliënten exploiteerden een café. Hiervoor hadden zij financiering (een geldlening) van ruim € 125.000,- geregeld bij de ABN Amro bank. De bank had echter na enkele jaren geen vertrouwen meer en wenste de geldlening te beëindigen. Mijn cliënten waren echter niet in staat deze in een keer terug te betalen. De bank begon vervolgens tegen mijn cliënten een procedure waarin zij het volledig uitgeleende bedrag terugvorderde.

Op zichzelf konden mijn cliënten hiertegen weinig verweer voeren. Zij hadden met de bank namelijk een geldleningsovereenkomst gesloten die op elk willekeurig moment opzegbaar was. De bank had dus gewoon recht op terugbetaling van het geld dat zij aan mijn cliënten had uitgeleend. Wel had de bank het probleem dat mijn cliënten niet in staat waren dit binnen afzienbare tijd terug te betalen. Gelukkig vonden mijn cliënten een externe geldschieter. Deze was echter slechts bereid een deel van het terug te betalen bedrag als geldlening over te nemen.

Tijdens de zitting voor de Rechtbank kwam het tot een stevige onderhandeling met de bank. Nadat de bank doordrongen was van de beroerde verhaalspositie van mijn cliënten, bleek de bank bereid genoegen te nemen met de betaling tegen finale kwijting van slechts een deel van het uitgeleende bedrag, mits dit bedrag dan meteen zou worden terugbetaald. De externe financierder stemde ermee in dit deel aan mijn cliënten uit te lenen en aan de bank te betalen. Mijn cliënten werden hierdoor van een belangrijk deel van hun schuldenlast verlost.

De naweeën van de BSE-crisis

Mijn cliënt is leverancier van kalveren aan kalvermesters voor de vleesconsumptie. Tevens levert mijn cliënt het veevoer voor het mesten van die kalveren. Aan haar afnemers (kalvermesters) verstrekt zij een voergeldvergoeding. De kalveren blijven de eigendom van mijn cliënte en worden na het mesten door haar weer opgehaald voor de slacht. Aan een van haar afnemers heeft mijn cliënte een geldlening verstrekt. Nadat de afnemer in financiële problemen is gekomen, verlangt mijn cliënte de terugbetaling van de gehele openstaande geldlening.

Daarnaast heeft deze afnemer rechtstreeks van de rijksoverheid een compensatievergoeding ontvangen vanwege de BSE-crisis. Mijn cliënte eist die vergoedingen van de afnemer op. Niet de afnemer heeft immers als gevolg van de BSE-crisis omzetverlies geleden, maar uitsluitend mijn cliënte, die de leverancier was van de kalveren en van die kalveren steeds de eigenaar is gebleven. Het is dus in de eerste plaats mijn cliënte die de bedrijfseconomische risico's als gevolg van de BSE-crisis heeft geleden.

Het is voor mijn cliënte onontkoombaar de kalvermester te dagvaarden voor de rechtbank. Na uitvoerige toelichting in twee schriftelijke rondes erkent de kalvermester de vorderingen van mijn cliënte. Dan komen partijen alsnog nader tot elkaar. De vorderingen van mijn cliënten worden bij de verstrekte geldlening opgeteld en daarmee verhoogd. De kalvermester is bereid zekerheid te verstrekken door middel van een hypothecaire geldlening. Partijen spreken af dat mijn cliënte zijn leveranties aan de kalvermester zal voortzetten zodat hij in zijn levensonderhoud kan blijven voorzien.

Verwijten aan garagebedrijf verworpen

Mijn cliënten hebben een garagebedrijf. Zij worden onverwacht voor de Rechtbank gedagvaard door een voormalige buitenlandse klant. Deze voormalige klant stelt dat mijn cliënten zijn auto ondeugdelijk zouden hebben gerepareerd, dat de auto daarom gerepatrieerd diende te worden en dat de beschadigde motor diende te worden gereviseerd. De voormalige klant vindt dat mijn cliënten wegens vermeende wanprestatie die schade dient te betalen.

Wij voeren verweer. In de eerste plaats merken wij op dat het niet de klant zelf is die mijn cliënten heeft gedagvaard, maar zijn moeder. Zijn moeder was echter geen contractspartij. Alleen daarom al dient de vordering afgewezen te worden. In de tweede plaats heeft deze klant mijn cliënten nimmer ingebreke gesteld en daarom nimmer in de gelegenheid gesteld eventuele geleden schade ongedaan te maken. In de derde plaats wijzen wij op tal van tegenstrijdigheden in het door de klant geproduceerde deskundigenrapport. Mijn cliënt stelt daar een extern deskundigenrapport tegenover waarin de conclusie wordt getrokken dat de schade aan de auto van de klant niet het gevolg is van de reparaties door mijn cliënt.

De Rechtbank volgt naadloos ons verweer. De eiseres was geen contractspartij. Ook als van lastgeving sprake zou zijn, is door de verkeerde persoon gedagvaard. En ook als eiseres wel ontvankelijk zou zijn, oordeelt de Rechtbank dat zij de vorderingen afwijst. Er heeft ten onrechte geen ingebrekestelling plaatsgevonden en uit de overgelegde deskundigenrapportages blijkt onvoldoende dat de schade aan de auto het gevolg is van de reparaties door mijn cliënten. De vorderingen tegen mijn cliënten worden dan ook geheel afgewezen en de wederpartij wordt veroordeeld in de proceskosten van mijn cliënten.

Bank vist achter het net

Tien jaren nadat mijn cliënte de samenwoning met haar toenmalige partner had verbroken, werd zij door de SNS-bank aangesproken op een negatief saldo van de gemeenschappelijke bankrekening die zij destijds mede had geopend. Tegenover de rechter voerden wij het verweer dat mijn cliënte destijds weliswaar voor een gemeenschappelijke bankrekening had getekend, maar dat zij nimmer het bankpasje had opgehaald. Voorts betwistte ik namens mijn cliënte dat zij heeft ingestemd met de mogelijkheid van een negatief saldo op die bankrekening.

De rechter gelastte een zitting. Tijdens deze zitting verlangde zij van beide partijen een nadere toelichting. De SNS-bank bood de rechter aan haar vorderingen op mijn cliënte nader te specificeren, met name omdat ik met mijn cliënte vraagtekens had bij het saldoverloop op de desbetreffende bankrekening. Daarnaast verlangde de rechter opheldering van de SNS-bank over het ontstaan van de mogelijkheid tot rood staan, bijvoorbeeld door overlegging van de algemene voorwaarden en de overeenkomst waaruit van de instemming daarmee blijkt.

Nadat de SNS-bank vervolgens diverse stukken in het geding had gebracht, wezen wij erop dat daaruit niet bleek dat mijn cliënte met de mogelijkheid van een negatieve saldo had ingestemd. De algemene voorwaarden die SNS-bank in het geding bracht bleken van 2001 te zijn en niet van 1995, het jaar waarop mijn cliënte de desbetreffende gemeenschappelijke bankrekening had geopend. Evenmin bleek uit de door mijn cliënte ondertekende overeenkomst dat zij ook de daarop betrekking hebbende algemene voorwaarden van de SNS-bank had ontvangen. De rechter gaf ons volledig gelijk, wees de vorderingen van SNS-bank op mijn cliënte af en veroordeelde de SNS-bank in de proceskosten van mijn cliënte.

Financieel adviseur aansprakelijk voor beleggingsverliezen

Mijn cliënt had via een financieel tussenpersoon in 1996 een persoonlijk financieel plan laten maken. Dit plan kwam erop neer dat deze tussenpersoon aan mijn cliënt een beleggingshypotheek adviseerde. Dat hield in dat voor de overwaarde van de woning een extra hypothecaire geldlening zou worden verstrekt en dat de verstrekte geldlening volledig zou worden gebruikt voor de belegging in aandelen. Uit de ingeschatte beleggingsrendementen zouden de financiële lasten van de woning voor een groot deel kunnen worden gefinancierd.

In 1999 benaderde deze tussenpersoon mijn cliënt opnieuw met het advies "de truc nog een keer te herhalen". Hij verhoogde zijn hypotheek met € 230.000,- en herbelegde dit geld in aandelen. Vlak erna kelderden de aandelenkoersen. Dat leverde mijn cliënt een verlies op van zo'n € 80.000,-. Wat mijn cliënt zich niet had gerealiseerd was dat bij dalende beurskoersen niet alleen zijn portefeuille minder waard werd, maar bovenal dat hij daardoor zijn maandelijkse lasten niet meer zou kunnen opbrengen omdat daarbij was uitgegaan van een compensatie vanwege beoogd beleggingsrendement (de hefboomwerking).

In overleg met mijn cliënt heb ik de financieel tussenpersoon gedagvaard. Uiteraard betwistte deze elke vorm van aansprakelijkheid. De tussenpersoon stelde zich op het standpunt mijn cliënt voldoende te hebben geïnformeerd, hetgeen zou blijken uit allerlei stukken. Het Gerechtshof had hierover in hoger beroep echter een ander oordeel. Het Hof oordeelde dat de financieel tussenpersoon mijn cliënt ten onrechte niet schriftelijk had gewezen op de aanzienlijke financiële risico's die hij aanging, met name niet vanwege de zogenoemde hefboomwerking. Het Hof nam ons standpunt over dat de financieel tussenpersoon toerekenbaar tekort was geschoten in de op haar rustende wettelijke zorgvuldigheidsverplichtingen. De financieel tussenpersoon dient daarom aan mijn cliënt alle door hem geleden schade te vergoeden.

De uitspraak is gepubliceerd en hier te vinden.

De schuldbewuste accountant

Een handelsonderneming in inktpatronen kreeg van het UWV een naheffingsbeschikking. De reden was dat premies WW niet correct en te laat zouden zijn afgedragen. Cliënte wist echter van niets en sprak haar accountant aan wie ze de gehele loonadministratie had uitbesteed erop aan. Aanvankelijk probeerde de accountant, die in geheel Nederland opereert, elke vorm van aansprakelijkheid te ontkennen. Uiteindelijk ging de wederpartij toch overstag dankzij stevige, dreigende correspondentie mijnerzijds waarin ik haar juridische positie onderbouwd met jurisprudentie overzichtelijk en voor maar één uitleg vatbaar uiteen heb gezet. De schade werd alsnog volledig vergoed. Dit verhaal (download hier) heb ik gepubliceerd in het mkb-magazine Personeelzaken.

De misleidende makelaar

Mijn cliënt heeft een woning in eigendom samen met zijn echtgenote die terminaal ziek is. Zij kunnen de hypotheek niet meer betalen. Op een dag wandelt mijn cliënt langs een makelaar. Deze loopt met mijn cliënt mee, bezichtigt de woning in vijf minuten en brengt een bod uit, die mijn cliënt onmiddellijk dient te aanvaarden. Mijn cliënt zegt niet veel, maar gaat wel mee naar de notaris, waar hij binnen twee uren nadat hij de makelaar bezocht de koopovereenkomst ondertekent. Partijen spreken af dat de levering binnen drie maanden zal plaatsvinden.

Mijn cliënt krijgt spijt. De woning wordt door de makelaar voor ruim € 50.000,- meer aangeboden dan hij aan mijn cliënt dient te betalen. Mijn cliënt durft zijn echtgenote niets te vertellen, ook niet dat hij haar handtekening onder de koopovereenkomst heeft vervalst. Nadat hij door de kopende makelaar op nakoming tot de overeengekomen levering wordt aangesproken, schakelt hij mij als zijn advocaat in. Namens mijn cliënt en zijn echtgenote roep ik de vernietiging van de gesloten koopovereenkomst in. In de eerste plaats heeft de echtgenote van mijn cliënte daarvoor niet de wettelijk vereiste toestemming gegeven. In de tweede plaats heeft mijn cliënt op grond van onjuiste uitlatingen van de kopende makelaar gedwaald over de werkelijke verkoopwaarde van zijn woning. In de derde plaats heeft de kopende makelaar misbruik gemaakt van de situatie.

Wegens de weigering van mijn cliënt tot levering dagvaardt de kopende makelaar mijn cliënt en zijn echtgenote voor de President van de Rechtbank. Hij vordert nakoming tot levering op straffe van een dwangsom. De President weigert toewijzing van die vordering. Hij oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is dat de gesloten overeenkomst nog van kracht is en twijfelt of mijn cliënt nog gehouden is tot levering. De President van de kwestie te gecompliceerd voor behandeling in kort geding en verwijst naar de bodemprocedure. Wel merkt hij nadrukkelijk op dat de bedongen koopprijs aan de erg lage kant lijkt en dat het verdacht is dat binnen enkele uren na het bezoek mijn cliënt zonder behoorlijke bedenktijd de koopovereenkomst bij de notaris heeft getekend.

De kopende makelaar probeert het vervolgens in de bodemprocedure nog een keer. Tijdens de zitting blijkt dat ook de bodemrechter erg kritisch is over de rol en houding van de kopende makelaar. Als de kopende makelaar merkt dat hij ook bij de bodemrechter geen voet aan de grond krijgt, trekt hij zijn vorderingen in. Mijn cliënt weet daarna de woning op de vrije markt tegen een reële overnamesom te verkopen, die vele tienduizenden euro's hoger ligt.

Alle genoemde rechterlijke uitspraken zijn in het openbaar uitgesproken en op ons kantoor in te zien.

Swart & De Schepper Advocaten
Mr. M. (Marco) Swart
Mr. M. (Martijn) de Schepper

Klik hier en vul vrijblijvend ons digitale contactformulier in.
Wij zullen dan zo spoedig mogelijk contact met u opnemen.
Als u hier klikt en uw telefoonnummer invult
zullen wij u zo spoedig mogelijk vrijblijvend terugbellen.
Of bel 040-284.11.72 en vraag naar advocaat mr. Marco Swart
of advocaat mr. Martijn de Schepper.

Twitter

  1. icon Recht.nl Het fenomeen 'strafbemiddeling': Soms staat er in een buitenlands wetboek iets bijzonders, althans in N... http://t.co/arxwwhZn Rechtnl (Recht.nl) ongeveer 8 uur geleden
  2. icon Recht.nl Proefschrift: Consumer sales guarantees in the European Union: In her thesis, Aneta Wiewiorowska presen... http://t.co/507DF9Sg Rechtnl (Recht.nl) ongeveer 8 uur geleden
  3. icon Recht.nl Ontslagrecht versoepeld per 2014: Het ontslagrecht wordt versoepeld. De kantonrechter en het UWV spelen... http://t.co/3KC3C2pt Rechtnl (Recht.nl) een dag geleden
  4. icon Vandaag met een wederpartij einde zakenlijke samenwerking afgekaart - nu nog handtekeningen op papier, dan reden tot feest aan 2 kanten mcjdeschepper (Martijn de Schepper) een dag geleden

Actueel

Johan en Louis

Bij PSV hoor je vaak dat je met een vriend als Cruijff geen vijanden meer nodig hebt. In zijn drang om Ajax terug te brengen naar de top moest de halve staf er uit. Het bestuur stelde na scherpe Teleg ...

lees verder

Juridische rugdekking in moeilijke tijden

U heeft ongetwijfeld opgemerkt dat wij opnieuw een - hopelijk korte - recessie tegemoet gaan. De eerste berichten over reorganisaties en collectieve ontslagen zijn weer onze regio binnengerold. De ...

lees verder

Stakingsmiddel rechtmatig?

Luchtvaartmaatschappijen Air France en Quantas onderhandelen met hun personeel over een nieuwe CAO. Die onderhandelingen verlopen nogal stroef. Het personeel verlangt meer salaris en kan zich niet ...

lees verder

ABP wil fortuin terug

Het Nederlandse Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) verloor een fortuin in de kredietcrisis. Het vraagt nu in een procedure schadevergoeding van de Deutsche Bank. Volgens de wet kun je een streep ...

lees verder

Klokkenluider is de dader

De Provincie Noord-Holland gebruikt internet ook voor het intern uitwisselen van informatie. Een  eigen ICT-medewerker ontdekt een beveiligingslek. Hij constateert dat het wachtwoord van de provi ...

lees verder