De ontslagbescherming van werknemers ligt alweer enige tijd onder vuur. Voorlopig is de politieke strijd beslecht in het voordeel van de werknemers: Een werkgever heeft nog steeds vooraf de toestemming nodig van UWV Werkbedrijf danwel de Kantonrechter indien een werknemer niet vrijwillig met een regulier ontslag wil instemmen. Het aanbieden van een ontslagvergoeding helpt dan vaak als smeermiddel, vooral als de Kantonrechter erbij moet worden gehaald.
Minder bekend is dat een ontslag ook achteraf kan leiden tot de verplichting tot de betaling van een vorm van schadevergoeding. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als het UWV Werkbedrijf toestemming voor opzegging van het dienstverband heeft gegeven. Lang niet in alle gevallen is overigens voor ontslag vooraf toestemming nodig. Denk aan de bijzondere positie van de statutair directeur, die wat dat betreft vogelvrij is. Deze werknemers kunnen dan na ontslag aan de rechter vragen om aan hen een ontslagvergoeding toe te kennen.
De berekening van de ontslagvergoeding bij een beeindiging van een arbeidsovereenkomst waarbij vooraf de toestemming van de Kantonrechter nodig is, heeft zich inmiddels uitgekristalisereed. De Kring van Kantonrechter heeft daarvoor de bekende Kantonrechtersformule bekendgemaakt, waarvan onlangs een omstreden herziening plaatsvond. Grofweg wordt de beeindigingsvergoeding in deze formule berekend door het aantal dienstjaren met leeftijdscorrectie te vermenigvuldigen met het maandelijkse salaris inclusief vakantiegeld en andere structurele beloningen, waarbij nog een correctie kan plaatsvinden vanwege bijzondere omstandigheden, zoals verwijtbaarheid aan de zijde van één van partijen.
Daarentegen blijft de rechtspraak ernstig verdeeld over de wijze waarop de ontslagvergoeding moet worden berekend als achteraf wordt geoordeeld dat een ontslag kennelijk onredelijk was. Veel rechtsgeleerden vinden het logisch daarbij aansluiting te zoeken bij de Kantonrechtersformule. Ook de meeste Gerechtshoven oordeelden inmiddels op die wijze, dat wil zeggen dat zij oordeelden dat een ontslagvergoeding bij dergelijke kennelijk onredelijk ontslagprocedures neer zou moeten komen op 50 procent van de oude Kantonrechtersformule. Op 27 november haalde de Hoge Raad door deze oordelen echter een vette streep.
De Hoge Raad oordeelt dat de toekenning van een ontslagvergoeding geen automatisme mag zijn. Zelfs de enkele omstandigheid dat de werkgever de werknemer geen vergoeding aanbiedt, maakt het ontslag nog niet kennelijk onredelijk, aldus ons hoogste rechtscollege. In de ogen van de Hoge Raad geeft de wet aan rechters veel vrijheid om zelf de omvang van de schadevergoeding vast te stellen.
Wat zich hier wreekt is een voortdurende tekortkoming van de politiek om klare wijn te schenken. Zolang de politiek de kool en de geit probeert te sparen, zal sprake blijven zijn van rechtsonzekerheid over de vraag wanneer een rechter bij gebleken kennelijk onredelijk ontslag een schadevergoeding zal toekennen.
Aan werkgevers is het advies om bij gewenst ontslag bij voorkeur eerst altijd te proberen toestemming van UWV Werkbedrijf te bemachtigen. Voor zowel werkgevers als werknemers geldt voorts het advies ter voorkoming van rechtsonzekerheden zoveel mogelijk zelf van tevoren afspraken te maken over de hoogte van de ontslagvergoeding bij noodzakelijk ontslag.










